Interview in het Utrechts Nieuwsblad / Amersfoortse Courant van zaterdag 9 oktober 2004

Naam: Elly Bokma.
Leeftijd: 42.
Woonplaats: Maarssen.
Is: uitvaartondernemer.
Opleiding: heao, politicologie (internationale betrekkingen) aan VU in Amsterdam, opleiding uitvaartondernemer bij STIVU, cursus piëteitvolle verzorging en restauratietechnieken bij CMO.
Mooiste plek in Maarssen: Het wandelpad tussen de Kaatsbaan en de Diependaalsedijk.
Lelijkste plek in Maarssen: al die nieuwe bouwlocaties die het groen doen verstikken.
Bewondering voor: positief ingestelde mensen.
Grootste ergernis: mensen die anderen niet durven aanspreken op overduidelijk fundamenteel fout gedrag.
Spijt van: te lang, te veel, te intensief doorwerken.
Toekomst: vol afwisseling en bijzondere ervaringen.
Credo: Probeer het mooie in een mens te vinden, hou het vast en stimuleer het.

Ze noemen haar wel Cornelia Bloem, maar ze heet Elly Bokma. De verwarring zit hem in de naam van haar onderneming: Cornelia Bloem Uitvaartverzorging te Maarssen, vernoemd naar haar overgrootmoeder van Terschelling. ,,Van oudsher is dit een echt mannenberoep. Dat is nu even anders.’’

Door Martin Donker
Het is zeker een vak met toekomst. Na 2010 wacht het vergrijzende Nederland een sterfte-explosie en wie dood gaat, moet begraven worden, of gecremeerd.
Elly Bokma kan best wat meer klandizie gebruiken, dat geeft ze eerlijk toe, maar commerciële motieven speelden juist géén rol toen ze switchte naar de uitvaartbranche. Dat was in 2002. Ze was 40 en had al een carrière achter de rug.
‘Meisje, zou je dat nu wel doen’, zeiden haar ouders nog vertwijfeld. Dag in dag uit die sfeer van rouw, verdriet, pijn. Daar zit wat in natuurlijk. ,,Maar in de vijf dagen dat je een familie begeleidt, kun je een mooi contact opbouwen. Als ik na een uitvaart oprechte dankbaarheid zie in de ogen van nabestaanden, put ik daar energie uit. Dat is me zo veel meer waard dan zo’n zuinig beoordelingsformulier, waarbij je leidinggevende wikt en weegt of dat puntje wel positief beoordeeld kan worden, uit angst er ook nog een periodiek bij te moeten geven.’’

Ze heeft geen bijzondere fascinatie voor de dood, zoals sommige collega’s wel hebben, en haar eigen eindstation is al helemaal geen issue. ,,Ik sta daar zelden of nooit bij stil. Het enige wat ik wil is begraven worden op Terschelling. En dood, wat is dood? Je ziel is uit je lichaam. Ik ben ervan overtuigd dat het daarmee niet is afgelopen.’’
Wel is ze empathisch aangelegd en biedt ze graag troost, misschien dat het hem daar in zit. ,,Na het overlijden begint voor de nabestaanden het rouwproces. Elke fase is herkenbaar. Het is belangrijk dat traject goed door te komen. Gaat het bij stap drie mis, dan raken ze bij stap vier in de knel. Het is mijn verantwoordelijkheid, en ik beschouw het ook als uitdaging, dat rouwproces in goede banen te leiden.’’

Niet elke uitvaartonderneming verstaat die kunst. Dat merkte ze een paar jaar geleden wel. Kort na elkaar gingen twee familieleden dood en na de plechtigheden zeiden ze thuis tegen elkaar: ‘Jammer dat het afscheid zo gelopen is.’ Het kon anders, persoonlijker.
,,Toen ben ik eens gaan nadenken. Al helemaal toen een vriendin me zei ‘dat ik met mijn ideeën en de manier waarop ik iets kan verwoorden zeer geschikt zou zijn voor een job in de uitvaartbranche’. Dat was wat je noemt een verrassende mededeling.’’
Ze vatte het eerst op als een grap.

Afgestudeerd in de politicologie was de Friezin Elly Bokma verzeild geraakt in de wereld van communicatie en voorlichting. Niks zorg.
Zo was ze tien jaar lang de spreekbuis van het Sociaal en Cultureel Planbureau in Den Haag. Interessante job, daar niet van, maar tijd- en energierovend met dat huis in Maarssen, een werkende echtgenoot en drie heel jonge kinderen.
Later werd ze nog even hoofd van het Expertisecentrum Informele Zorg in Utrecht, landelijk kenniscentrum voor de mantelzorg. Stuk dichterbij huis, dat wel, maar het klikte niet zo. ,,De opmerking van die vriendin zette me toch aan het denken. Ik ging rondkijken op internet. En ik raakte langzaam maar zeker werkelijk geboeid door het uitvaartwezen.’’

Dat werd weer studeren. Niet om nou per se een eigen nering te beginnen, maar puur uit interesse. Bij de Stichting Vakopleiding Uitvaartverzorging (STIVU) volgde ze de opleiding uitvaartondernemer. Een grotendeels schriftelijke scholing, aangevuld met lesdagen, excursies, trainingen en lezingen. ,,Je krijgt verstand van steen- en houtsoorten, van religieuze protocollen, van rituelen, rouwverwerking, formele procedures, valkuilen bij de organisatie en je leert de Wet op de Lijkbezorging van buiten.’’
De cursus piëteitvolle verzorging en restauratietechnieken bij Cura Mortu Orum (’zorg voor de doden’) confronteerde Elly Bokma voor het eerst met verminkte dode lichamen. ,,Je loopt mee in een mortuarium, je assisteert de patholoog bij het verrichten van sectie. De praktijk was... ja, wat zal ik zeggen: je moet er even doorheen. Ik weet nog dat ik een lichaam met drie verschillende soorten steekjes aan het hechten was en dacht: Elly, een paar maanden geleden zat je nog aan een bureau achter de computer. Wil je dit echt?’’
Ze had wel meer van die momenten dat ze dacht: zal ik na a. ook b. durven zeggen? Dat was toen ze mee mocht lopen bij een gerenommeerde onderneming. Stad of naam doet er niet toe. ,,Want ik ben die mensen ook dankbaar dat ze me de kans boden een kijkje in de keuken te nemen. Maar hun aanpak was niet de mijne. Veel te commercieel.
Ik was erbij toen een familie de kist uitkoos. De kist zou van het goedkoopste soort zijn. Dat vond iedereen. ‘Pa had niet anders gewild.’ Een dure kist zou hij maar geldverspilling hebben gevonden. Dan denk je: dat klinkt plausibel, laten we dat alsjeblieft respecteren. Maar tot mijn stomme verbazing dacht de uitvaartverzorger daar anders over. Die begon: ‘Weet u dit wel zeker? Meneer kan dit wel willen, maar u moet daar ook een goed gevoel bij hebben, ook na twintig jaar. U kunt het afscheid nooit meer over doen. Dit is het laatste wat u nog voor hem kunt doen’, enzovoorts, enzovoorts. Ja, en toen begon de familie inderdaad te twijfelen. Wat zeg ik: na tien minuten werd het geen goedkope kist, maar een dure.
Ik vond dat ongelooflijk. Je maakt misbruik van de omstandigheden. Mensen die verdriet hebben zijn kwetsbaar en makkelijk te beïnvloeden. Een uitvaartverzorger draagt dus een enorme verantwoordelijkheid. Dat heb ik die collega later ook gezegd. Toen legde hij uit dat zijn baas dat nu eenmaal zo wilde. Dat de onderneming op dure kisten veel meer verdient dan op goedkope. En dat hij daar ook persoonlijk een graantje van meepikt in de vorm van provisie. Ik viel van mijn stoel. Provisie in de uitvaartbranche! Dat kán niet. Dat doe je bij de verkoop van auto’s misschien, maar toch zeker niet van lijkkisten?’’

Misschien gaf die ervaring Elly Bokma juist het beslissende zetje om voor zichzelf te beginnen. Het vergde moed en doorzettingsvermogen, maar sinds maart staat ze ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en is ze lid van het Netwerk Uitvaartvernieuwers, een groep modernisten in de branche die tegenwicht biedt aan de traditionele, onwrikbare zuilen.
Vroeger was dood onlosmakelijk verbonden met leven. Het was de tijd van grote gezinnen, drie generaties onder één dak, hoog percentage kindersterfte. Dood was doodgewoon.
Pas in de vorige eeuw werd de dood weggestopt als gevolg van een betere gezondheidszorg en een hogere levensverwachting. Het taboe leidde tot de opkomst van rouwcentra en uitvaartprofessionals, als Elly Bokma er nu zelf een van is. Nu is er weer sprake van een kentering.
,,De branche feminiseert snel. Dat is ook wel logisch. Steeds meer vrouwen werken. En vrouwen zijn van nature iets meer op het gevoelsleven gericht dan mannen. Vroeger was de edelsmid van het dorp tevens doodgraver. Het was fysiek zwaar werk. Een echt mannenvak. Bekisten, graf graven, sjouwen, met touwen de kist laten zakken. Alles in recordtempo, want een lijk boven de grond leidde maar tot nare ziektes.
Ik word nu gebeld juist omdát ik vrouw ben. Mannen vinden het geen prettig idee dat hun overleden vrouw gewassen wordt door een wildvreemde man. Sommige vrouwen vinden dat zelf trouwens ook. Nog voor hun overlijden gaan ze dan al op zoek naar een vrouwelijke uitvaartleider. Dat is tegenwoordig niet gek meer, nee. Steeds meer mensen regelen hun uitvaart al bij leven. Dat geeft ze vaak rust’’
Het taboe rond de dood is volgens Elly Bokma weer aan het verdwijnen.

En dat er in de branche veel mogelijk is, veel meer dan vroeger, bleek enige weken geleden op Uitvaart 2004, de vierjaarlijkse vakbeurs in Utrecht over de laatste zorg. Platform voor trends en ontwikkelingen. Uitvaartdanseres Marileen Fabels gaf dansimpressies. Kunstenaar Radbout Spruit etaleerde zijn handgemaakte en qua vorm afwijkende grafkisten. Het bedrijf Memodes presenteerde de zogenoemde Begraafplaatsbank: de bank heeft twee schuin naar elkaar toe gerichte zittingen, waardoor het voeren van een gesprekje op de begraafplaats een stuk makkelijker gaat.
Opzien baarde de ‘pratende grafsteen’ van de Groningse ingenieur Henk Rozema. Zijn ontwerp is nog in ontwikkeling, maar in de toekomst kunnen overledenen via een plat lcd-schermpje met computer in de steen hun laatste boodschap aan de mensheid laten zien en horen. De gepensioneerde ingenieur noemt zijn vondst ‘Digizerk’. Werkt op zonne-energie, is weer- en vandalismebestendig.
Dan was er nog een stand van PreGrave, het bedrijf dat tijdelijke grafmonumenten verhuurt om de tijd tussen begrafenis en de levering van een definitieve steen te overbruggen. En Anneke de Snayer uit Rockanje legde tijdens de beurs examen af voor de Proeve van Meesterschap in de Bloemsierkunst. Ze versierde een tractor, een Harley Davidson en een fel oranje rouwauto.
Och, in 2005 wordt in Amsterdam zelfs het Nederlands Uitvaartmuseum geopend.

Elly Bokma: ,,Het onvermijdelijke einde wordt zo steeds meer bespreekbaar. Gelukkig. Mensen vinden het nog wel moeilijk hoor, om bij leven over iemands uitvaart te spreken. Toch kan dat rust en ruimte geven. Bij een ernstige ziekte zet het rouwproces zich al in als iemand nog in leven is. Je ziet iemand veranderen; je ziet dat iemand steeds minder kan; je neemt afscheid van de persoon die iemand was toen hij of zij gezond was. Dat doet pijn, dat zorgt voor veel verdriet. En als je dan ook nog onrustig wordt bij het idee dat je straks alleen heel veel moet regelen, kan het een opluchting zijn om de laatste wensen te bespreken en op te schrijven. Al of niet in aanwezigheid van de persoon die binnenkort sterven zal.
Ik vind dat bijzondere ervaringen. Laatst was ik bij een vrouw, iets ouder dan ik. Ze hadden haar nog enkele maanden gegeven. Toen ik wegging gaven we elkaar een hand. Ze keek me aan en zei: ‘Trek je wel iets leuks aan op de dag van de uitvaart? Iets wat lekker zit. De kleur maakt me niet uit, als het maar geen zwart is.’ Dat vond ik geweldig. Bewonderenswaardig. Toen ik terugreed vroeg ik me wel af: zou ze nu ook boos zijn? Zo van: zij niet, en ik wel?
Ook oude mensen spreken meer over hun heengaan. Al moeten jongere familieleden het onderwerp wel aansnijden, heb ik het idee. Onlangs was ik bij de familie van een 92-jarige. Een vitale vrouw - misschien overtreft ze het record van de 114-jarige in Groningen. Ze had haar familieleden aangegeven zowel begraven als gecremeerd te willen worden. De familie dacht nog: begint ze te dementeren? Nee dus. Na een crematie kan de as tegenwoordig in een asbus alsnog begraven worden. En in dit geval bijgezet in het familiegraf. Voor iedereen was het gesprek verhelderend geweest.’’
In 2003 werden in Nederland voor het eerst meer mensen gecremeerd dan begraven. En over enkele jaren, bij de periodieke herziening van de Wet op de Lijkbezorging, komt er waarschijnlijk een alternatief bij: vriesdrogen, een schone, goedkope en milieuvriendelijke techniek.
,,Het kan zinvol zijn vantevoren te bepalen wat je wilt. De organisatie rond een uitvaart kan maar beter zonder dilemma’s verlopen. Dat draagt bij aan de rust. Die vier of vijf dagen zijn niet terug te draaien.’’

Als Elly Bokma – dag en nacht bereikbaar; ook tijdens de vakantie – de uitvaart naar eer en geweten heeft afgerond, volgt de ontlading. ,,Intens omgaan met rouwende mensen vreet energie. Ik begrijp hun verdriet. Ik leef met ze mee. De meeste mensen vertellen veel over hun dierbare. Daardoor leer je de overledene kennen en word je onderdeel van de mensen die afscheid nemen. Ik huil niet mee, dat kan natuurlijk niet, daar ben je te veel professional voor, maar als alles achter de rug is en ik kom thuis, dan moet ik poetsen. Stofzuigen, dweilen, ramen doen; als ik maar fysiek bezig ben en alles op de automatische piloot.’’
Thuis refereert niets aan de job van ma. Geen rouwgoederen, zelfs geen naambord van Cornelia Bloem Uitvaartverzorging op de deurpost. ,,Er staan alleen wat kratjes in de garage die ik zo in de auto kan zetten. En er staat een tas met spulletjes voor de laatste verzorging in de gang. Maar dat zou ook een dokterstas kunnen zijn.’’
De kinderen van 9, 8 en 7 begrijpen moeder wel. Aan vriendjes hebben ze soms iets uit te leggen. ‘Werkt je moeder met dode mensen?’, wordt ze vaak gevraagd. ,Nee, hoor’, zegt de jongste dan, ‘ze troost en helpt verdrietige mensen’.

Klik hier voor het krantenartikel in PDF-formaat